zaterdag 7 september 2019

Vuur / Fire.


Frozen Fire.


Zo rond het jaar 2000 ben ik begonnen met het werken met de elementen. Hierbij zocht ik naar een manier van werken met zo weinig mogelijk ruis tussen de materie en mij. Dit hield in werken met mijn handen zonder hulpmiddelen en gereedschap. Bij het element vuur bleek dit lastig. Vuur wilde wel in mijn werk maar zonder gereedschap lukte dit niet. Ik heb toen gekozen om een eenvoudige brander te gebruiken  die ik ook wel mijn vuurkwast ben gaan noemen.
De eerste drie maanden van 2003 waren erg koud. En als het buiten koud is, dan is het dat ook in mijn atelier. Werken werd erg lastig gemaakt omdat alles in mijn atelier bevroor. Hier was verder niets aan te doen dus besloot ik om met deze omstandigheden te gaan werken. Stukken papier liet ik in water bevriezen. De brokken ijs met papier ging ik bewerken met de brander. Het vuur en het smeltende water werden zo de beeldende krachten. Daarna alleen caseïne lijm als beeldend element toegevoegd. In een later stadium heb ik dit proces met stukken schildersdoek herhaalt.

Around the year 2000 I started working with the elements. I was looking for a way of working that caused as little interference as possible between the matter and me. This meant working with my hands, without tools and devices. This was a problem with the element fire. Fire wanted to be in my work, but without tools I could not achieve this. I chose to use a simple gas burner I called my firebrush.
The first three months of 2003 were very cold. And when it is cold outside, it is also cold in my studio. Working became difficult because everything in my studio froze. There was nothing I could do about that, so I decided to work with the circumstances. I left pieces of paper I left to freeze in water. I started working the lumps of ice, with paper encased inside them, using the gas burner, thus making fire and the melting ice into creating forces. Later only caseïne was added as creative element. The proces was repeated with pieces of canvas instead of paper.





























































Vuurtekens / Firetokens.




Na deze serie werken had het letterlijk werken met vuur een vaste plek veroverd op mijn atelier. Dit veranderde toen ik in 2014 begon met het Panta Rei project.

https://oerlandschap.blogspot.com/2014/10/introductie-introduction.html

Aangekomen bij de bron van de Rijn bekroop mij het gevoel dat het element vuur hier niets te vertellen had. Zelfs de bliksem krijgt hier niets in de brand door de afwezigheid van brandstof.

After these works the element fire had conquered its place in my studio. This changed when I started the Panta Rei project in 2014.

https://oerlandschap.blogspot.com/2014/10/introductie-introduction.html

Arriving at the source of the river Rhine I got the feeling that the influence and power of the element fire is limited in a surrounding like this. Even lightning cannot start a fire here, due to the absence of fuel.






In de vijf jaar die ik vervolgens werkte aan het Panta Rei project speelde het element vuur nauwelijks een rol en voerde het element aarde de boventoon.
De behoefte om met vuur te werken kwam weer naar boven na de Panta Rei tentoonstelling bij Gallery 9 in Amsterdam. De expositie leidde ook tot een hernieuwde kennismaking met de kunstenaar Wim de Haan die vanaf het begin van mijn werk met de elementen een grote inspiratie was en is.
Wim de Haan werd in de tweede wereldoorlog als Japans krijgsgevangene te werk gesteld aan de Birmaspoorlijn. Hij werd ernstig ziek en heeft daar een paar maanden op de rand van leven en dood gelegen. In deze periode heeft hij zicht gekregen op een wereld, achter de voor ons zichtbare wereld. Een inzicht wat zijn herstel inluidde en een aanleiding om bij terugkomst in Nederland kunst te gaan maken. Bij het maken van zijn kunst ervoer hij dezelfde luciditeit en het gaf hem de mogelijkheid om dit met zijn kunst te delen met wie het zien wilde.
De behoefte aan vuur en hernieuwde contact met het werk van Wim de Haan leidde tot een serie van vier nieuwe werken die ik de Vuurtekens ben gaan noemen.

In the following five years, as I was working the Panta Rei project, the element fire hardly came up in my work. Earth was the dominant element. The urge to work with fire again returned after the Panta Rei exhibition at Gallery 9 in Amsterdam. The exhibition led to a renewed acquaintance with the artist Wim de Haan who has been a great inspiration since I started working with the elements. During the second worldwar Wim de Haan was a prisoner of war and had to work on the traintracks in Birma. In this period he became seriously ill and was on the threshold of death for a few months. During this period he got a glimse at the world behind the mundane world that is visible for most of us. This insight was the start of his recovery and the inspiration to make art once he returned to the Netherlands. In making art he experienced the same lucidity as during his near-death experience, and shared this through his creations.
My need for fire and this new contact with the work of Wim de Haan led me to four new works that I call the Firetokens.


Vuurteken / Firetoken 1. 43-56cm.


Vuurteken / Firetoken 2. 56-43cm.


Vuurteken / Firetoken 3. 56-43cm.


Vuurteken / Firetoken 4. 56-43cm.


.


Vuur / Fire.


Niet elk kunstwerk is bestemd voor de eeuwigheid. Recente ervaringen met bevriende kunstenaars in de laatste fase van hun leven hebben mij dit laten zien. Prachtige, hoogwaardige kunst verdwijnt in het niets als er geen goede plek voor gevonden kan worden. Een zwaar emotioneel proces wat mij geleerd heeft dat je niet vroeg genoeg kunt beginnen met het afstoten van werk wat niet relevant meer is. Vuur is hiervoor het ideale element.

Not every work of art is destined for eternity. Recent experiences with artist friends in their final stage of life showed me this. High quality art disappears into nothing when no proper place can be found for it. This was a heavy emotional proces that taught me that you cannot start soon enough with discarding works of art that are no longer relavant. For this, fire is the ideal element.













vrijdag 12 april 2019

Panta Rei en de weg naar het Oerlandschap.




Het Panta Rei project is inmiddels een kleine vijf jaar onderweg. Vanuit de behoefte om een overzicht van deze reis te delen is de voorstelling: "Panta Rei en de weg naar het Oerlandschap" ontstaan. Wat begon als een lezing is doorgegroeid naar een totaalkunstwerk waarin het verhaal van de reis werd verweven met poëzie en audiovisuele improvisaties. De voorstelling vond plaats op 24 maart in het TheaterHuis in Noordwijk. Onderstaande blog verteld het verhaal van Panta Rei in muziek, beeld en poëzie. De muziek en video is van Dre Bom en Dirk Janssens. De poëzie is van Rik van Leeuwen, met uitzondering van het openingsgedicht. Dat heb ik zelf geschreven.



Stars explode and mountains melt,
creation shifts, the flow is felt.
As space and time are torn and worn,
Life persists, new rocks are born.







Alles stroomt. Het water in de zeeën, rivieren en kanalen stroomt, en ook stroomt het water in de dingen die groeien; in de planten en de bomen en in de lichamen die rondlopen, kruipen, zwemmen en vliegen. Ook de lichamen zelf stromen; ze stromen in zwermen, scholen, en menigten door zeeën, bossen en straten.





Het landschap stroomt eveneens. Vegetatie bloeit en verdort met de seizoenen; zandduinen rollen voort als golven op zee; bergen verrijzen uit en verzinken in gloeiende dieptes; steden groeien en veranderen, onderhevig aan politieke en economische schommelingen.




Van gedachten in de geest wordt ook gezegd dat ze zich in een stroom voordoen. Nooit laat een idee. een gevoel of een waarneming zich vasthouden; ze glibberen tussen je vingers door en laten slechts een indruk achter.Alles stroomt en niets staat stil. Je vraagt het moment: 'Zal het nooit meer hetzelfde zijn?'. Maar het moment is inmiddels in iets anders verandert. Wie was het die de vraag stelde?

Alles stroomt, daar valt niet aan te ontkomen. Dus proberen we de stroom tenminste naar onze hand te zetten. We bouwen kanalen voor het water, reservaten voor de dieren, grenzen voor de mensen, paradigma's voor de gedachten. Is het mogelijk voor een mens om de stroom. al is het maar voor héél even, zijn eigen gang te laten gaan?











Er is iets aangebroken. Niemand weet en ieder luistert.
Verenigende druppels, wij, samen in de zwellende stilte.

Ik luister en ik hoor... gegalm, geruis, geschal. Muziek?

Ik hoor het brandende verdrinken van de eeuwigheid.


De pijn en vervoering van het tijdelijke heeft ons beet.

Een zwart gat opent zich als om te schreeuwen,

maar braakt een grijs mengsel van eindeloze kleuren.

Ik voel stroom al aan ons trekken. Zal het altijd anders zijn?

Ik voel de stroom mij al vervormen. Zal ik iemand anders zijn?

Vormloze herinneringen… rauwe, rode ogen…
Wervelende woorden en spartelende armen…
Twee radeloze longen… vullen zich met zout.

Ik ben de storm, de onderstroom, het kolkend grijze wolkendek.
Mijn botten breken en vergruizen, maar ze groeien altijd terug.
Ik ben de bruisend zwarte leegte in je hoofd, wanneer je slaapt.
Mijn botten breken en vergruizen, maar ze groeien altijd terug.
Ze groeien terug in nieuwe vormen; nieuwe vormen stutten mij.
Ze groeien terug als nieuwe stormen, nieuwe normen, nieuwe stijl.  
































Ik zit in een doos. Buiten gonst de wereld.
De muren lispelen als ik ze streel, en zenden

kietelende vlagen van verbijsterende vragen.

Het water in mij; zo vreemd, hoe het zich wendt
wanneer ik mij door de droge dagen duw.

Driftig schud ik mijn hoofd en alles wordt pluizig,
en nieuwe combinaties van oude dingen ontstaan.
Verboden vruchten die aan lantaarnpalen groeien,
en blauwe aders, met zwarte wortels vervlochten.

Bijten. Sommige dingen kunnen bijten.
Ook ik kan bijten. Soms wil ik bijten.
Onder mijn bed; een razend wild beest
wil een krater in mijn borstkas slaan.

Alle kracht verlaat mij en ik word als een weekdier.
Ik glibber tussen kieren en spleten, op zoek naar…
Naar wat? Ik weet het niet. Ik hoef het niet te weten.
Ik glibber ongestoord voort, op zoek naar iets.

Vergetelheid sijpelt door het plafond, en ik drink de vergetelheid.
Een pot vol vlindervleugels staat op de plank in het verlaten huis,
en verloren kunstobjecten roesten in het zwarte slijk.
Er zijn zoveel dingen die we vergeten.

De poort opent zich; dit is de hemel. Ik ben een beetje teleurgesteld.
Ik begin te dromen van een enorme, donkere, onderaardse kamer.
Hier kan ik gekristalliseerde stilte delven.
Ik maak een vuur van zwarte wortels; geurige vlammen springen op,
en krakende barsten beginnen te groeien.

Ik zit bij het vuur en laat het onmetelijke plafond op mij neerkomen.
Ik zit in een doos. Buiten gonst de snelweg.
Het grijze water onder de brug trekt mij met zich mee

in een diepe, natte dans naar het donkere hart van het meer.












































Alles omarmt alles, en alles probeert alles te bijten.
De zon zakt, mijn bloesem valt in het duister, en ik sterf.

Bloemen groeien uit mijn ogen; ze zijn blind voor de sterren,

maar kennen dingen die ik nooit voor mogelijk had gehouden.


En alle vormen gaan ten onder in een zee van vrije tijd,

en alles schreeuwt het brandende verdrinken van de eeuwigheid. 














































En de rivier stroomt verder.